Beluister deze pagina met proReader

D66 over het Theater aan de Parade

zaterdag 23 april 2011

We voeren als commissie nu het eerste vervolgdebat over de podiumkunsten, aan de hand van een discussienotitie. Het is in zoverre een discussienotitie, dat je er van alles van kunt vinden. Maar het vertrekpunt en de essentie die D66 zoekt, de beantwoording van de kernvraag, staat er helaas niet of nauwelijks in.

Waar het D66 om gaat in de discussie is:
  • wat willen wij met het Theater aan de Parade als schouwburg van onze stad voor de komende tientallen jaren;
  • welke ambitie hebben wij als stad met die schouwburg,
  • welke functies willen wij dat het theater heeft,
  • wat betekent dat voor
         - de omvang
         - de zaalcapaciteit
         - de relatie met andere podia
         - de stoelcapaciteit; stoelcapaciteit is voor ons een afgeleide van de functie wij krijgen de indruk dat precies het tegenovergestelde nu het geval is;
         - én last but not least: welke mogelijkheden zijn er voor samenwerking met derden (PPS-constructies).

Wij vinden dat die mogelijkheden serieus onderzocht moeten worden. Wij willen deze vraag ook graag voorleggen aan de collega’s en wij zijn ook heel benieuwd hoe de wethouder hier tegenaan kijkt.

Wat wil D66 met en in de schouwburg?
  • brede programmering van zowel gesubsidieerde voorstellingen als vrije producties;
  • goede voorzieningen voor muziek;
  • ruimte voor amateurgezelschappen –ook in het seizoen-;
  • huis van de stad zijn voor maatschappelijke, culturele ontvangsten en evenementen;
  • ruimte voor cultureel én maatschappelijk ondernemerschap;
  • mogelijkheden voor voorstellingen met veel techniek voor een kleiner publiek en omgekeerd;
  • serieus kijken naar publiek-private samenwerking die uiteraard niet ten koste mag gaan van de kwaliteit;
  • afhankelijk van de locatie ook kijken naar de mogelijkheid voor een uitgebreide(ten minste twee zalen) filmprogrammering (zoals Pathé); dit kan helpen bij de exploitatie van het pand;
  • veel minder vaak –liefst nooit- nee hoeven te verkopen;
  • samenwerking met andere podia maar eerder complementair dan concurrerend.

Wat betekent dat voor de keuze uit de drie scenario’s

  1. Scenario 1: borgen breedte huidige aanbod met beperkingen door realisatie van één grote zaal ( 1100 stoelen) en moderne technische voorzieningen. Consequenties: sterk verminderen functionaliteit, diversiteit en agendaflexibiliteit met daartegenover beperkte toename van voorstellingen die nu niet komen door het te geringe aantal stoelen. Per saldo is dit voor D66 achteruitgang; het is niet toekomstgericht en gaat uit van het huidige aanbod). Voor iets meer kwantiteit leveren we veel kwaliteit in. Bovendien is het beschikken over slechts één zaal een behoorlijk exploitatierisico.
  2. Scenario 3: groot onderhoud – aanpak grootste knelpunten- maatgevend is huidige infrastructuur. Gevolgen: verliezen van de regionale functie op gebied van de podiumkunsten; verdwijnen deel huidige aanbod en verschraling totale aanbod in de stad. D66 vindt dit niet alleen maar verschraling, maar afbraak. Daarmee is dit scenario -evenals scenario 1- voor ons ook onacceptabel.
  3. Scenario 2: realiseren van een goede middenzaal en een goede grote zaal waar gevarieerd kan worden met het aantal stoelen (voorbeeld Zwolle). Een kleine zaal als de huidige Pleinzaal is voor ons geen optie, omdat die niets toevoegt aan de bestaande podia.

Wij willen gaan voor een nieuw theater (dus geen renovatie). Als we nu stappen nemen moeten we het dus goed doen. Geen half werk en kapitaalvernietiging. Scenario 2 is daarmee voor D66 als denkrichting een eerste aanzet, die wat ons betreft verder ‘ontwikkeld’ moet worden. Wij willen de visie op de schouwburg combineren met onze ambities met betrekking tot andere grote publiekstrekkers (grote bioscoop, uitgaansgelegenheid voor jongeren). Dat betekent dat we dus snel de discussie over de locatie willen voeren.





Reageer

Reacties


Plaats een reactie


Er zijn nog geen reacties geplaatst.
print pagina Mail een vriend

Inhoudsopgave



Online netwerken

 

Lokaal

 


 

Landelijk