Antwoorden van het college
Geachte heer Smit,
In uw brief van 21 november 2010 stelt u raadsvragen ex artikel 39 Reglement van Orde over
"milieuzone en luchtkwaliteit". De brief is ook ondertekend door commissielid M.J.J. van der Geld.
Op deze vragen kunnen wij u het volgende antwoorden:
Vraag 1. Vergeleken met andere steden wordt de naleving van de milieuzone slecht gehandhaafd. Circa 20 tot 25% van het vrachtverkeer voldoet niet aan de regels. De grote steden in de Randstad presteren beduidend beter. Wat doet het college om de handhaving te
verbeteren?
Het rapport heeft de effecten van de milieuzonering voor vrachtverkeer op de luchtkwaliteit in 2010 in Nederland onderzocht. Daarbij is gekeken naar de samenstelling van het vrachtwagenpark in de zones t.o.v. het wagenpark in steden zonder zone. Het blijkt dat in de zones gemiddeld nog 25% vrachtwagens niet voldoen aan de eisen t.o.v. 48% in steden zonder milieuzone. De zone is dus een effectief middel gebleken om het wagenpark sneller te verschonen.
Het onderzoek geeft overigens geen oordeel over de wijze van handhaving in de diverse steden. Uit de verkeerstellingen die aangeleverd zijn voor het landelijk onderzoek is ook te zien dat vrachtwagens die daadwerkelijk in de binnenstad komen voor het leveren van goederen voor meer dan 90% voldoen aan de eisen. Op de doorgaande richtingen in de milieuzone ( Zuidwal, Koningsweg en Zuid-
Willemsvaart) zijn duidelijk meer voertuigen die niet voldoen. De resultaten uit het kentekenonderzoek worden gebruikt in de prioritering van de handhaving.
Vraag 2. Hoeveel overtredingen zijn het afgelopen jaar vastgesteld en welk opsporingsmiddel is hierbij gebruikt? Welke sancties hebben deze overtreders opgelegd gekregen?
In 2010 (tot 1november) zijn in totaal 594 voertuigen gecontroleerd in de milieuzone, van deze voertuigen bleek dat 63 niet aan de eisen voldeden. Deze hebben de daarvoor landelijk geldende boete van € 160,-- gekregen. De controles worden enerzijds in het winkelgebied uitgevoerd door de BOA’s die in het centrum actief zijn. Ook worden op de doorgaande wegen in de zone ( Koningsweg, Hekellaan en Zuid-Willemsvaart) tijdens gerichte acties van ca. 2 uur al het doorgaande
vrachtverkeer aangehouden en gecontroleerd. Tot 1 november zijn 26 van dit soort gerichte acties uitgevoerd. Een voertuig dat in overtreding is wordt altijd beboet. De Boa’s spreken tijdens de controle ook de chauffeurs aan op hun gedrag en het voertuig moet per direct de zone verlaten. Hierdoor is naast de boete ook de chauffeur niet op tijd met zijn levering. Dit heeft een groter effect op de vervoerder dan alleen de vastgestelde boete.
Vraag 3. In Amsterdam wordt ANPR (Automatic Number Plate Recognition) ingezet. In Den Haag worden vaste camera’s gebruikt. En in Utrecht rijdt sinds kort een scanwagen om overtreders op te sporen. In hoeverre worden dit soort middelen ook in onze stad overwogen?
De Bossche aanpak zoals beschreven onder vraag 2 heeft meer effect dan alleen het nazenden van een boete. Vooral de persoonlijke confrontatie en de economische gevolgen van het feit dat de levering onmogelijk wordt raken de chauffeurs en zijn opdrachtgevers. Het uitschrijven van boetes die achteraf worden verstuurd hebben dat neveneffect niet. Toch wordt overwogen om de komende tijd te bekijken of op plaatsen waar het verkeer moeilijker stilgezet kan worden (bv Zuidwal) naast de bestaande aanpak over te gaan op het nasturen van boetes.
Vraag 4. Volgens het bovenstaand onderzoek heeft de invoering van de milieuzone in ’s-Hertogenbosch tot een opmerkelijk resultaat geleid: een toename van 8% van de uitstoot van stikstofdioxide. Wat is de verklaring van deze toename en hoe wordt dit ongewenste effect tegengegaan?
De toename is te verklaren uit de samenstelling van het wagenpark dat tijdens het onderzoek op 29 april jl. op 14punten in de stad is geteld. Op die dag zijn in ’s-Hertogenbosch ruim 1200 unieke vrachtwagenkentekens geregistreerd. Uit het onderzoek blijkt de volgende samenstelling:
(tabel)
Daarin is het percentage Euro 3 met roetfilter ca 5% hoger in Den Bosch dan gemiddeld. Kenmerk van roetfilters is dat ze het fijnstof (PM10) afvangen maar dat ze daarbij extra NOx aanmaken. Door de samenstelling van het getelde wagenpark in het verkeersmodel te gebruiken is berekend wat de effecten zijn op de luchtkwaliteit. Overigens gaat het om een toename van 8% in de uitstoot door
vrachtverkeer. De normen voor luchtkwaliteit zijn gebaseerd op hoeveelheid berekende NO2 en daarin is voor de milieuzone bij enkele knelpunten een verhoging van maximaal 0,2 microgram
NO2 /m3 berekend. In grote delen van de zone is er sprake van een lichte stijging van 0,05 microgram NO2/m3.
Naast de lichte stijging van de NO2 heeft de milieuzone gezorgd voor een daling van de uitstoot van fijn stof van ca 17%. Uit de landelijke rapportage blijkt dat de gemiddelde daling van de concentratie
fijnstof (PM10) binnen de milieuzones ca. 0,15 tot 0,25 microgram/m3 is. Voor ‘s-Hertogenbosch is vooral op de wegvakken Koningsweg, Brugstraat, Stationsweg en Pastoor de Kroonstraat een daling van 0,13 tot 0,15 microgram/m3 gerealiseerd. Langs de Zuid-Willemsvaart is zelf een daling van 0,16 tot 0,30 microgram/m3 te zien. Het betreft hier allemaal wegvakken waar bij de invoering van de milieuzone ( bijna) luchtknelpunten waren berekend. De forse daling van de hoeveelheid fijnstof is gemiddeld ook hoger dan in de andere onderzochte steden.
Volgens artikel 10.6 uit het convenant ‘Stimulering schone vrachtauto’s’ verplicht de gemeente zich tot het uiterste in te spannen voor verbetering van luchtkwaliteit en vermindering van het omgevingslawaai wat betreft het eigen gemeentelijk wagenpark. Volgens het onderzoek
voldoet een substantieel deel van het Bossche gemeentelijk wagenpark niet aan de eisen van de eigen milieuzone.
Navraag van D66 bij de Afvalstoffendienst leert dat:
- van de 50 voertuigen er circa 35 zijn van boven 3500 kg
- hiervan zijn er 12 aangeschaft in de periode tussen 2000 en 2005 en 6 zijn van voor 2000
- alle voertuigen van voor 2005 hebben een milieulabel die minder is dan Euroklasse V
De vergroening van het gemeentelijke wagenpark is vastgelegd in een notitie van het college ( 07.0944; dd 29 januari 2007) waarin eisen zijn geformuleerd voor de aanschaf van nieuwe voertuigen. Dit is onderdeel van het door de raad vastgestelde beleid in het kader van de luchtkwaliteit. In het collegebesluit is vastgelegd dat bij nieuwe voertuigen voorrang wordt gegeven aan een af-fabriek aardgasmodel mits deze de functionaliteit kunnen leveren die aan het voertuig gesteld worden. De vervanging van het wagenpark is in een meerjarenaanpak vastgelegd en op dit moment lopen we voor op het vervangingsschema.
Inmiddels rijden 18 gemeentelijke auto’s op aardgas en is onlangs een openbaar aardgasvulstation in Rosmalen geopend. Daarnaast is ook in de afgelopen jaren extra aandacht voor het elektrisch rijden. Ook daarin neemt de gemeente zijn verantwoordelijkheid t.a.v. de aanschaf van 2 elektrische voertuigen in het autopoolsysteem. De Afvalstoffendienst is voornemens om in 2011 in ieder geval één elektrisch voertuig en een vrachtwagen op bio-/aardgas aan te schaffen.
Het totale wagenpark van de gemeente ’s-Hertogenbosch bestaat voor een klein deel uit vrachtwagens ( 3.5 ton en zwaarder) waar de eisen van de milieuzone voor gelden. In bijgaand overzicht is in de actuele stand binnen het gemeentelijk wagenpark en de toetreding tot de milieuzone gegeven.
(tabel)
* De afvalstoffendienst heeft naast de 15 vrachtwagens die ingezet worden voor de inzameling van huishoudelijk afval in de gemeente ook wagens die ingezet worden voor de inzameling van bedrijfsafval en vrachtwagens die in regiogemeenten het huishoudelijk afval inzamelen. Het totale wagenpark van de afvalstoffendienst bestaat uit 57 vrachtwagens waarvan 26 voldoen aan de eisen van de milieuzone. Door voertuigen flexibel in te zetten is het, behoudens uitzonderingen, mogelijk om te voldoen aan de milieuzonering.
** een van deze drie voertuigen komt voor werkzaamheden in de milieuzone.
Vraag 5. Waardoor presteert ’s-Hertogenbosch, wat betreft het eigen wagenpark, beduidend slechter dan andere steden die het convenant hebben ondertekend?
Het wagenpark wordt steeds schoner en de eisen van de milieuzone voor vrachtwagens worden ook gerespecteerd. De snelheid van verschoning is naast milieueisen bv ook afhankelijk van criteria als noodzakelijke vervanging en beschikbare budgetten voor investering.
Vraag 6. Is het college het met D66 eens dat de gemeente een voorbeeldfunctie heeft bij de vergroening van het wagenpark?
Ja, zie ook het antwoord op vraag 4
Vraag 7. Is het college het met D66 eens dat het onwenselijk is om aan particulieren en bedrijven normen via de milieuzone op te leggen, waaraan het eigen wagenpark maar gedeeltelijk voldoet?
De normen in de milieuzone gelden voor alle voertuigen en dus ook voor de voertuigen van de gemeente. Er is dus geen sprake van niet voldoen aan de eisen van de milieuzone.
Ja, bijna alle gemeentelijke voertuigen die in de milieuzone komen voldoen aan de eisen. In het wagenpark van Beheer Openbare Ruimte is een vrachtwagen die in het kader van het opbouwen en afbreken van festiviteiten in het centrum regelmatig in de milieuzone komt. Dit voertuig voldoet nu niet aan de eisen. Voor dit probleem zal in het eerste kwartaal van 2011 een oplossing worden gerealiseerd.
Vraag 8. Hoe voorkomt het college dat gemeentelijke voertuigen die niet aan de eisen van de milieuzone voldoen, toch in deze zone worden ingezet?
Met de actie onder vraag 7 is dit niet van toepassing.
Vraag 9. Wat doet het college om de vergroening van het eigen wagenpark te bevorderen en de achterstand met andere convenantsteden op dit terrein te verkleinen?
Zie hiervoor het antwoord bij vraag 4
Vraag 10. Volgens de onderzoekers neemt het effect van het instrument milieuzone geleidelijk aan af. Om de stimulerende werking te handhaven, moeten de milieueisen voor de zone naar boven worden bijgesteld. In hoeverre deelt het college deze conclusie? Zo ja, hoe wordt hier
invulling aangegeven?
Vanaf het begin van het convenant milieuzonering vrachtverkeer is het duidelijk geweest dat op termijn het wagenpark vanzelf schoner wordt en dat daardoor de uitstoot van fijnstof en NOx minder zou worden. Maar vanwege de lokale knelpunten is juist het convenant ingezet om een versnelling in de verschoning te realiseren zodat lokaal ook de bestaande luchtknelpunten worden verschoond.
Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch,
De secretaris,
mr. drs. I.A.M. Woestenberg
De burgemeester,
mr. dr. A.G.J.M. Rombouts